Wat de bakker weet
Over een straat die haar ochtend begint bij één verlicht raam.
Om kwart over vijf gaat bij de bakker op de hoek het licht aan. Niemand in de straat heeft dat ooit afgesproken, maar iedereen rekent erop. Wie vroeg de hond uitlaat, weet hoe laat het is zonder op zijn telefoon te kijken.
Ik heb twintig jaar in die straat gewoond voor ik er iets over opschreef. Niet omdat er niets gebeurde, maar omdat wat er gebeurde zo klein was dat het nergens paste: te lang voor een bericht, te kort voor een boek.
Toen de bakker vorig jaar stopte, bleef het raam donker. De eerste weken liepen mensen er nog langs alsof het licht elk moment kon aangaan. Een buurvrouw bleef zelfs staan, met haar hand al aan de deur.
Dat is waar dit stuk over gaat. Niet over brood, en ook niet over heimwee, maar over wat een plek met je doet als je er elke ochtend op kunt rekenen, en wat er overblijft als dat niet meer kan.